De centrale vraag in dit onderzoeksproject luidde: Hoe kregen Nederlandse initiatieven op het gebied van de vrouwenhulpverlening vorm en hoe werden zij geintegreerd in de reguliere hulpverlening?
De vrouwenhulpverlening werd opgedeeld in drie domeinen, te weten hulpverlening na geweld, geestelijke gezondheidszorg en lichamelijke gezondheidszorg. Elk domein werd bestudeerd aan de hand van verschillende casestudies. Het project heeft geresulteerd in een boek.
Ik schreef op basis van archiefonderzoek bij Aletta (voorheen IIAV) en interviews met betrokken vrouwen een hoofdstuk over Stichting De Maan, een Amsterdams centrum voor methodiekontwikkeling, training en onderzoek in de vrouwenhulpverlening (geestelijke gezondheidszorg). De stichting heeft bestaan van 1981 tot en met 1992, toen de subsidie werd stopgezet.
Na mijn stage schreef ik samen met Renée Römkens nog een tweede artikel voor het boek, over Nederlands overheidsbeleid op het gebied van seksueel geweld.
Inmiddels is het project gekoppeld aan een project van Aletta, dat de persoonlijke verhalen van belangrijke vrouwen en mannen uit de tweede feministische golf op video wil vastleggen. Dit heeft geresulteerd in een mooie samenwerking tussen de twee projecten, en Aletta heeft een documentaire over de vrouwenhulpverlening gemaakt. Op 25 september 2008 werden het boek en de documentaire samen gepresenteerd tijdens een symposium. De hoofdlezing werd verzorgd door Gail Pheterson, die het FORT-principe (Feministische Oefengroepen Radicale Therapie) introduceerde in Nederland. Aan mij was de eer om hier een co-referaat bij te verzorgen. Vervolgens werd het boek aangeboden aan twee pioniers van de vrouwenhulpverlening, namelijk Nelleke Nicolai en Indra Boedjarath. Tot slot ging de docmentaire van Aletta (Grietje Keller en Josien Pieterse) in premiere. Het was een fantastische dag vol herinneringen, ontmoetingen, discussie, en successen. Zie voor meer informatie over de documentaire de site van Grietje Keller.