Over mij

Welkom op de website van Marijke Naezer.

Ik ben cultureel antropoloog en genderstudies wetenschapper, gespecialiseerd in de thema’s gender, diversiteit en seksualiteit. Sinds 1 februari 2019 werk ik als zelfstandig onderzoeker, spreker, auteur en adviseur.

Ik overleg graag over mogelijkheden voor samenwerking!

Lees meer

Mijn proefschrift in 8 minuten

Jongeren, seksualiteit en sociale media

Bekijk de video

Lezing Universiteit van Nederland

Waarom is een jongen een player en een meisje juist een slet?

Bekijk de video

Rapport ‘Harassment in Dutch Academia’ beschikbaar

‘Gebrek aan erkenning en aanpak wangedrag schaadt wetenschap’ 

Het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren (LNVH) publiceert op 6 mei een onderzoek naar wangedrag en intimidatie in de wetenschap onder de titel ‘Harassment in Dutch academia. Exploring manifestations, facilitating factors, effects and solutions’. Het onderzoek is gebaseerd op 53 cases. Het rapport richt zich op de verschijningsvormen van harassment en de onderliggende patronen en doet aanbevelingen voor mogelijke oplossingen. Het onderzoek is in opdracht van het LNVH uitgevoerd door dr. Marijke Naezer, prof. dr. Marieke van den Brink en prof. dr. Yvonne Benschop, allen verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Wat is harassment? 
Het rapport definieert harassment als overkoepelende term voor incidentele voorvallen en meer structurele vormen van wangedrag en intimidatie. Harassment wordt vervolgens in zes verschillende verschijningsvormen uiteengezet: obstructie van de wetenschapspraktijk, seksuele intimidatie, fysieke en verbale bedreiging, belediging, uitsluiting en het problematiseren van speciale behoeften. De zes vormen worden toegelicht met geanonimiseerde citaten uit de 53 cases.

Wat maakt dat het voorkomt?
De onderzoekers zetten in het rapport de mechanismen uiteen die wangedrag en intimidatie bevorderen. Het sterk hiërarchische karakter van de academie, de hoog competitieve en individualistische cultuur, het ontoereikend reageren op gevallen van harassment en het – al dan niet gedwongen – zwijgen van de slachtoffers, zijn de vier zogenaamde faciliterende kenmerken van de huidige wetenschapscultuur die maken dat wangedrag en intimidatie gemakkelijk kunnen ontstaan en niet of nauwelijks worden aangepakt.

Wat is het effect? 
De gevolgen van harassment zijn groot, zo stellen Naezer, Van den Brink en Benschop. Het heeft zowel op professioneel vlak als binnen het privéleven enorme impact. Wangedrag en intimidatie schaden niet alleen het persoonlijke leven, ook de organisatie en wetenschap in het algemeen leiden eronder. Slachtoffers en hun collega’s zijn niet in staat het werk af te leveren dat zij wel zouden hebben gekund onder veiliger omstandigheden. Bovendien ontstaat er een uitstroom van hooggekwalificeerde wetenschappers.

Wat is er aan te doen?
De onderzoekers beschrijven oplossingen op individueel, instellings- en cultureel niveau. Het aanpakken van harassment begint bij het bewust erkennen van de problematiek. Daarnaast zijn het genereren van kennis over harassment en het aanleren van een kritische houding met betrekking tot het eigen gedrag cruciaal. Ook het actief verwerven van competenties om goed te kunnen reageren op wangedrag en intimidatie, als slachtoffer, by-stander of agressor, zijn van belang. Daarnaast onderstrepen ze het belang van een gedegen systeem van melding, rapportage en aanpak van wangedrag en intimidatie, waarbij harassment ook daadwerkelijk consequenties heeft. Tot slot onderschrijven Naezer, Van den Brink en Benschop een zogenaamde ‘culture of care’ waarin het team centraal staat en waar diversiteit en inclusie de norm zijn en niet de uitzondering.

Breekijzer
Het is wellicht een inconvenient truth, zo stellen de onderzoekers, maar wangedrag en intimidatie in de wetenschap komen voor. Het wordt veroorzaakt en in stand gehouden door culturele en structurele factoren en kan desastreuze gevolgen hebben. Met het publiceren van het rapport, dat nadrukkelijk dient als startschot voor breder onderzoek, opent het LNVH het gesprek met en tussen de universiteiten en koepels over een niet te vermijden onderwerp. LNVH spreekt specifiek het leiderschap aan een expliciet zero tolerance beleid te voeren op het gebied van harassment en procedures rondom het aankaarten van harassment laagdrempelig, transparant en effectief te maken. Maatregelen die gezamenlijk moeten leiden tot een cultuurverandering binnen de wetenschap.

 In reactie laten de universiteiten (Pieter Duisenberg, voorzitter VSNU) weten: 

‘’We nemen deze signalen heel serieus. De universiteit moet een veilige omgeving zijn voor medewerkers, waar elke vorm van ongewenst gedrag onaanvaardbaar is. Dit is onlangs ook door alle universiteiten onderschreven in de gezamenlijke verklaring sociale veiligheid. Als universiteiten zijn we blij met de drie aanbevelingen die het LNVH doet in het rapport. We gaan deze gebruiken als concrete handvatten om hier mee aan de slag te gaan.’’

Download rapport

Rapport over sexting beschikbaar

‘Negatieve beeldvorming sexting werkt ongewenste verspreiding foto’s in de hand’

Sexting is ‘not done’. Dat is een vrij breed gedeelde opinie. Het zou niet slim en zelfs gevaarlijk zijn om sexy foto’s of filmpjes van jezelf te maken en te delen. Als een foto ‘uitlekt’, dan krijgt de maker al snel de schuld. Maar in plaats van te voorkomen dat dat gebeurt, werkt deze benadering de ongewenste verspreiding van sexy materiaal juist in de hand. Dat blijkt uit een onderzoeksrapport van Marijke Naezer (Radboud Universiteit) en Lotte van Oosterhout (jongerencommunicatiebureau Jong & Je Wil Wat) in opdracht van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

De ongewenste verspreiding van digitaal sexy beeldmateriaal door jongeren is een grote zorg voor ouders, leerkrachten en professionals. Voorlichting en interventies zijn tot op heden vooral op slachtoffers gericht. Over plegers is nauwelijks iets bekend. Naezer en Van Oosterhout deden voor het eerst onderzoek naar de motieven van jongeren om zonder toestemming andermans sexy beeldmateriaal te verspreiden. Voor hun rapport interviewden de onderzoekers 21 jongeren (15-21 jaar): slachtoffers en omstanders, maar vooral plegers.

Cruciale rol van volwassenen
Van Oosterhout: ‘Uit ons onderzoek blijkt dat jongeren de negatieve associaties van media en volwassenen over sexting overnemen.’ Voor sommige plegers was het tegengaan van sexting zelfs een belangrijk motief om materiaal van slachtoffers te verspreiden. ‘Ik moest haar een les leren, zodat ze geen foto’s meer zou versturen’, aldus een pleger. Van Oosterhout: ‘De mening van volwassenen over sexting speelt dus op deze manier een cruciale rol in de ongewenste verspreiding van sexy beeldmateriaal.’

Bovendien kregen slachtoffers regelmatig de schuld als de beelden verspreid werden, grepen omstanders niet in en werden plegers vaak niet ter verantwoording geroepen. Een pleger vertelt: ‘De teamleider stuurde me gewoon naar huis, zonder straf. Hij zei: ga maar naar huis, fijn weekend!’ Naezer: ‘Plegers worden door dit soort reacties bevestigd en aangemoedigd in hun gedrag en slachtoffers krijgen niet de steun waaraan zij behoefte hebben. Dit verergert het probleem van de ongewenste verspreiding, in plaats van het te voorkomen.’

Van probleem naar oplossing
De kloof tussen jongeren en volwassenen is soms groot. Slachtoffers durven volwassenen niet snel in te schakelen wanneer hun materiaal zonder toestemming verspreid wordt, uit angst voor onbegrip, blaming en shaming. Naezer: ‘De oplossing ligt volgens ons bij interventies die gericht zijn op het ontwikkelen van een meer genuanceerd beeld over sexting, meer begrip voor slachtoffers en het voorkómen van plegerschap.’

Het volledige rapport is op te vragen via http://www.jongenjewilwat.nl/sharingiscaring of https://www.marijkenaezer.nl/sharingiscaring.

Rapport aanvragen